Inspiratie

Bedrijfsleven levert veel inspiratie op voor mijn coaching

Teamperformance

Bedrijfsleven levert veel inspiratie op voor mijn coaching

Hij was vijftien jaar actief op de baan, nu zet voormalig wielrenner Tim Veldt (33) zijn eerste stappen als coach. Bij BEAT Cycling Club, dat het als eerste Nederlandse commerciële baanploeg ‘anders’ wil doen. “In het bedrijfsleven geloven ze heel erg in de kracht van topsport. Wat ik nu zelf heel erg merk, is dat ik vanuit het bedrijfsleven juist veel inspiratie opdoe voor de coaching in sport.”

Het debuut van BEAT Cycling Club in het baanwielrennen werd deze herfst tijdens de wereldbekerwedstrijden in Polen en Engeland opgeluisterd met drie medailles. Matthijs Büchli won twee keer goud op de keirin. En in Manchester pakte BEAT met Büchli, Theo Bos en Roy van den Berg bij de teamsprint het zilver, achter Duitsland, maar wel net voor de Nederlandse bondsploeg. Daarmee zette de eerste Nederlandse commerciële baanploeg zich meteen op de kaart.

De wereldbekerwedstrijden vormden niet alleen voor BEAT een debuut, hetzelfde gold voor de coach van de ploeg, Tim Veldt. De oud-renner, die vier Olympische Spelen meemaakte en zilver pakte op de WK’s van 2005 (teamsprint) en 2014 (omnium), zag het baanwielrennen daarmee vanuit een nieuw perspectief. “Als renner ben je alleen met je eigen race bezig, als coach moest ik ineens naar meetings, moest ik dagplanningen maken, de renners inschrijven. We zijn een nieuwe ploeg, voor veel van de andere jongens in de begeleiding waren het eveneens hun eerste wedstrijden in deze rol. Er kwam op iedereen dus wel veel af. Daardoor hield ik alles extra goed in de gaten. Het waren intensieve toernooien.”
“Maar, ik heb er wel echt van genoten”, vervolgt hij, denkend aan de successen. “Na de gouden medaille van Matthijs op de keirin kwamen andere coaches naar me toe om mij te feliciteren met het succes. Dat was leuk. Matthijs bij de keirin als eerste over de streep zien komen gaf me een enorme kick. Dat was bijzonder om mee te maken.”

Veldt is eerlijk: het is nooit een hartenwens geweest om na zijn actieve carrière coach te worden. “Sportcoaching was een van de din- gen waar ik over nadacht, maar waarbij ik ook wel mijn twijfels had. Dat komt vooral door het toekomstperspectief: in het baanwielrennen zijn niet veel betaalde coachbanen. Ik voelde me er niet happy bij om me alleen daarop te focussen. BEAT is een opstartend team, draait nog geen fulltime zelfstandig programma, en heeft daardoor voorlopig geen fulltime coach nodig. Dat past dus perfect.”

Scrum en sprints

Veldt werkt sinds juli bij een consultancy- bureau in Haarlem, waar hij inmiddels een opleiding om teamperformance coach te worden met succes heeft afgerond. In het bedrijfsleven dus. “Ik richt me op twee fronten in de ontwikkeling als coach, dat vind ik heel leuk. In het bedrijfsleven geloven ze heel erg in de kracht van topsport. Wat ik nu zelf heel erg merk, is dat ik vanuit het bedrijfsleven juist veel inspiratie opdoe voor de coaching in sport.” Hij noemt de term agile, een manier van projectmanagement die in het bedrijfsleven veelvuldig wordt gebruikt. Hoewel daarin sporttermen als scrum en sprints worden gebruikt, staat de aanpak van agile veraf van wat Veldt zelf als topsporter heeft meegemaakt. “Binnen agile werk je met korte cycli, sprints van zo’n drie weken, waarin je steeds een onderdeel van het grote geheel probeert te leveren. Je geeft elkaar elke dag een update en na een sprint krijg je feedback. Dat gebeurde in mijn eigen topsportcarrière juist heel weinig, vond ik, zeker als het om teamprestaties ging. Er waren genoeg analyses over alles wat gemeten kon worden, maar over hoe we als team konden verbeteren werd weinig gesproken.”

“In de wielersport is het heel normaal om aan langetermijnplanningen te doen, in de hoop dat dan na negen maanden trainen alle facet- ten op hun plek vallen. Ik ben daar als renner lang in meegegaan, maar heb tegen het einde van mijn carrière al meer gewerkt met kortere blokken. Ik kon daardoor kritischer naar mijn eigen ontwikkeling kijken. Als trainer wil ik die methode, die in het bedrijfsleven dus heel normaal is, ook verder uitwerken.”

Dat kan momenteel echter maar in beperkte mate. Uiteraard monitort Veldt zijn renners continu. Ze trainen momenteel echter slechts één keer per week écht samen. De andere trainingen volgt het drietal bij de bonds- ploeg, met het oog op het WK in februari in Apeldoorn. “Waar mogelijk zullen we het programma voor onze renners iets aanpassen, perfectioneren voor hun eigen situatie, maar we zijn ook deels afhankelijk van het bonds- programma”, aldus Veldt.
Met het geregeld evalueren is de ploeg al meteen begonnen. De eerste uitkomsten: er heerst tevredenheid. En niet alleen vanwege de goede resultaten. “Voor veel mensen in de begeleidende staf was alles eveneens nieuw. Toch was alles, van het klaarzetten van de bidons en rollers tot de renners op tijd behandelen, goed geregeld. We hebben na de wereldbekerwedstrijden in Pruszkow slechts kleine dingen veranderd, zoals wie welke ren- ner vasthoudt bij de start van de teamsprint. Voor de volgende keer zullen we weer wat verbeterpunten vinden. Het zijn details, maar die zijn belangrijk in een sport waar het om duizendsten gaat.”

Rebels

BEAT noemt zichzelf graag een ‘revolutie’ in de wielerwereld, omdat het niet afhankelijk wil zijn van één grote geldschieter, maar vanuit een echte clubstructuur het profpeloton op de weg wil bereiken. De initiatiefnemers dromen van deelname aan de Tour de France. Komend seizoen zal een wegploeg van BEAT deelnemen aan de Continental Tour, twee treden onder de World Tour waar de grote rondes onder vallen.
De realisatie van een topbaanploeg ging sneller, omdat er minder financiële armslag voor nodig is: minder renners, minder materieel en geen volgauto’s bijvoorbeeld. De baanploeg zorgt door de successen wel versneld voor naamsbekendheid en daarmee voor een nieuwe aanwas aan leden.
Het rebellerende, het ‘anders’ doen dan de rest, moet door de wielerploegen op de weg én de baan worden uitgestraald. Hoe wil Veldt dat aanpakken? “We hebben op de baan in elk geval drie eigenwijze renners”, grapt hij. “Omdat we de eerste commerciële ploeg in Nederland vormen, doen we het eigenlijk al automatisch anders dan iedereen gewend is.

Dat merkte ik tijdens de wereldbekerwedstrijden al. Het was duidelijk voelbaar dat we het in Nederland al honderd jaar op een bepaalde manier doen, geheel vanuit de wielerbond.

En daar waren wij ineens, als extra ploeg. Het landschap moet herschikt worden, dat levert altijd een beetje weerstand op. Al moet ik zeggen dat er in Manchester al meer harmonie was, misschien ook omdat zowel de bondsploeg als BEAT succesvol was. Ik heb inmiddels kort met bondscoach Bill Huck gesproken. Hoe de samenwerking verder verloopt, wordt vanzelf duidelijk. Het is een voordeel dat hij, als opvolger van René Wolff, ook pas in september bij de bond is begonnen en dus eigenlijk niet beter weet dan dat er naast de bondsploeg nog een ploeg is.”

Ondersteunend

Wat Veldt betreft is zijn rol helder: ondersteunend. Zijn wil is absoluut geen wet. “Ik weet vanuit mijn eigen carrière dat het jn is om een bepaalde vrijheid te hebben als renner. Ik functioneerde ook niet goed onder trainers die mij van alles oplegden. Ik vind dat er heel veel kracht komt uit de intrinsieke motivatie, zoals dat je net als Matthijs en Theo in je eentje in Japan op een berg kunt zitten en keihard gaat trainen. Zij hebben dat deze zomer gedaan. Ze weten wat ze willen. Mijn taak is het om te zorgen dat ze op de juiste weg blijven richting hun doel. En om te zorgen dat de sfeer in de ploeg goed is en dat niet het individuele belang boven dat van het team komt te staan. Wielrenners hebben van nature toch niet de mindset om elkaar beter te maken, om met elkaar rekening te houden. Ik moet zeggen dat die mindset deze eerste weken goed is binnen onze ploeg.”

Ondersteunend wil Veldt ook zijn richting de bond, waar nodig. Van een concurrentiestrijd is wat hem betreft geen sprake. “Ik zie het meer als dat wij de bond kunnen versterken. Bij de EK’s en WK’s is de bondscoach bepalend, daar schik ik me in. Daarbuiten kunnen we dankzij BEAT meer renners goede faciliteiten aanbieden, waardoor het niveau alleen maar omhoog kan gaan. En dat is nodig om structureel bij de wereldtop te horen.”

Eind februari is het WK in Apeldoorn. Dan zullen ook de renners van BEAT, in het oranje, wederom willen vlammen. Daarvoor zal de ploeg waarschijnlijk nog de wereldbekerwedstrijden in Minsk rijden en de Zesdaagse van Rotterdam. Ondertussen werkt Veldt ook in het bedrijfsleven verder. “Juist die combinatie van sport en bedrijfsleven is goed voor mijn ontwikkeling als coach. Al is het soms pittig. Na de wereldbekerwedstrijden in Manchester stond ik in de nacht van zondag op maandag om vier uur op het vliegveld, maandagochtend zat ik om negen uur weer gewoon op kantoor."

DISCLAIMER

Contact us